Oeuvre

A t/m G
H t/m O
P t/m T
U t/m Z

Vier perioden

Het werk van de Eenwoordpoëet valt grofweg in vier perioden te verdelen.
De eerste periode wordt ook wel de bijvoeglijk-naamwoordperiode genoemd. In zijn eerste jaren als poëet bedacht hij nieuwe bijvoeglijke naamwoorden, waarbij de woorden die hij samenbracht nog niet deels bij elkaar hoorden. Voorbeelden uit deze periode zijn Wereldbelangrijk, Godsgraag en Puberpopulair. Later heeft hij deze gedichten verworpen. Hij draagt ze nooit meer voor, zoals Radiohead Creep en REM Shiny Happy People nooit meer spelen. Alleen Puberpopulair is overeind gebleven in het oeuvreoverzicht.

In zijn tweede periode gooide hij het roer om. In deze lettertoevoegingsperiode, zoals dit tijdperk vaak wordt aangeduid, voegde hij twee woorden samen die al heel veel op elkaar lijken. Eigenlijk waren het steeds maar een paar letters die ervoor zorgden dat er een nieuw woord en dus een gedicht ontstond. Voorbeelden uit deze, in feite, pre-periode zijn Kolibriesje, Schamenleving, Frietpand en Opblaaskaak. Heel af en toe komt de Eenwoordpoëet nog met een nieuw lettertoevoeginggedicht.

Zijn derde periode is de meest succesvolle, waarin hij doorbrak en naam maakte als Eenwoordpoëet. (Hoewel nog altijd, volgens goed gebruik, de muziek harder wordt gezet wanneer hij in een kroeg begint voor te dragen). In deze gouden periode ging hij een stap verder met woordcombinaties. In elk gedicht in deze periode overlapt het ene woord deels het andere woord, vaak met een of meerdere lettergrepen. De bekendste werken zijn natuurlijk Zonnesteekpartij, Pruillippenstift, Broccoliliputter en het wereldberoemde Perestrooikaas. Sommigen beweren dat zijn gouden periode nog altijd voortduurt. Feit is in elk geval dat hij tot nog steeds met enige regelmaat gedichten schrijft volgens deze systematiek.

Momenteel bevindt de Eenwoordpoëet zich in zijn vierde periode, de zogenaamde experimentele periode. Hierin kijkt hij over de grenzen van het eenwoordgedicht. Een goed voorbeeld uit deze periode is de reeks ‘De Eenwoordpoëet gaat in uitdrukkingen’, met de moderne klassieker Een dooie vogel opgooien.

Diefstal

De Eenwoordpoëet maakt zich sinds het begin van zijn dichterschap schuldig aan diefstal. Hier is hij altijd eerlijk over geweest. Hij noemt zijn bronnen niet, maar heeft wel aangegeven dat hij ‘vanalles bij elkaar jat’. Over het gedicht Perestrooikaas is een heftige discussie geweest of het wel echt uit de pen vloeide van de Eenwoordpoëet. Er zijn bewijzen die een andere richting op wijzen. De dichter zelf heeft nooit duidelijkheid gegeven. ‘Het gaat er niet om wie het bedenkt, maar wie ermee in een kroeg boven de muziek probeert uit te komen.’

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s